Waar Jij en Ik over gaat

In Jij en Ik wordt de wordingsgeschiedenis van een relatie tussen twee mensen beschreven. De man is daarbij aan het woord en hij praat tegen zichzelf of tegen zijn vriendin. Hij begint in extase met:
Ik hou van je, o… ik hou van jou!
Ik ben dol op je. Je bent echt een ongelofelijke vrouw.
Hij kan haast niet uit zijn woorden komen, zo vol is hij van zijn liefde. Maar al in het tweede gedicht komt de andere kant van de relatie naar voren:
Jij houdt van mij, ik ook van jou, oké,
maar soms gaat het me vervelen
om je het schattige meisje te horen spelen.

Genegenheid, ruzie en achterdocht wisselen elkaar af:
Je wilt het niet horen, maar je hebt ongelijk!
Ik zie het aan de manier waarop je naar me kijkt.
Je zit fout schat en je weet dat!
In een ander gedicht, ook over ruzie, meent hij een oplossing gevonden te hebben:
Stil nou, ik kom bij je.
Ik trek je bloesje uit … dat doe ik liever.
Het is écht veel constructiever.

Soms wordt de man filosofisch, bijvoorbeeld als hij beschrijft hoe
hij sluipenderwijs verliefd is geworden:
Je wordt verliefd bij toeval,
om het spel, uit nieuwsgierigheid,
omdat je in een blik
iets leest van een mogelijkheid.

Een andere keer gaat hij gebukt onder schuldbesef:
Kijk, de grootste stommiteit,
wat ik echt verkeerd heb gedaan,
is dat ik jou heb belast
met heel de zwaarte van mijn bestaan.

En na enige tijd treedt ook de sleur in:
Maar toch, maar toch, als ik je toen zag komen,

hing er een aura om je heen
van vrouwelijkheid en zoete dromen.
Nu ben je net als iedereen.

Zo wordt  in deze 32 gedichten, die elk in het kader van een emotie staan een schets van een relatie gegeven die naast voortdurende twijfel ook blijvende genegenheid als grondtoon heeft.
In het laatste gedicht met als titel Finale volgt de ontknoping. In de gedichten daarvoor valt er veel te lachen, te huilen en te herkennen.