Waar blijft de vrouw in deze gedichten?

Je kunt je afvragen of de vrouw in deze gedichten wel goed uit de verf komt. De man is immers voortdurend aan het woord en alleen via zijn woorden krijgen we een beeld van de vrouw. Daarin zitten een aantal stereotype elementen. Ze is behaagziek, ze  is meer praktisch ingesteld dan filosofisch  en ze vindt dat haar man vaak ten onrechte moeilijk doet. Als er een conflict is, is zij degene die het uit wil praten.en vaak is hij in dat soort gesprekken niet tegen haar opgewassen. Iemand die de gedichten las, noemde haar een dom blondje. Daar ben ik het volstrekt niet mee eens. Volgens mij wordt ze geportretteerd als een onafhankelijke, ongecompliceerde vrouw Daartegenover staat een tamelijk neurotische man, vol schuldbesef en onzeker over de vraag of zij eigenlijk wel van hem houdt. Soms jaloers tot op het bot en gauw geneigd het weer bij te leggen als het uit de hand dreigt te lopen omdat hij zo afhankelijk van haar is. Daardoor laat hij haar vaak geen ruimte voor haar eigen leven. Maar door alles heen blijkt hun genegenheid.  Of is het doodweg de angst om weer alleen te zijn die het stel bij elkaar houdt. Dat maakt het verhaal van deze relatie zo algemeen menselijk De mannen- en vrouwenrol die tegenover elkaar gezet worden zouden ook voor een groot deel omgedraaid kunnen worden!