Taart

Mijn moeder kon goed koken. Haar specialiteit was taarten bakken. Toen ik het huis uitging kreeg ik van haar een aantal getypte velletjes mee op flinterdun, haast doorzichtig papier. Het was een doorslag van de recepten die ze in een kartonnen doos bewaarde. Zelf had ze die eigenlijk niet meer nodig, ze had ze wel in haar hoofd.Appeltaart van Jo Blok stond er op de velletjes,  appeltaart van mevrouw C’ohen, appeltaart á la tante Bets, notentaart, Wiener taart en natuurlijk haar specialiteit: kase torte, een romige melange op een bodem van zacht zoet deeg.

Als we ’s zomers in de tuin zaten kwam ze de keuken uit met op een groot dienblad voor iedereen een stuk en als je wilde twee. Vaak waren er twintig mensen in dei tuin en iedereen wist:  Caro, die draait er haar hand niet voor om.

Koken had ze me niet geleerd. Soms belde ik haar op om te vragen hoe ik iets moest doen, maar dat was hopeloos. Ze had het dan over een handje suiker dat je in een beslag moest doen of een beetje kaneel, maar als ik om nadere precisering vroeg, dan zei ze verbaasd:
‘Maar Johannes, ik doe dat op mijn gevoel.’

Nee, dan mijn pleegmoeder. Haar recepten waren juweeltjes  van exactheid. Mijn pleegmoeder hield van apparaten. Ze had een weegschaal, een vleessnijmachine en het mooiste dat ik ooit gezien heb: de Columbus. Dat was een grote toren van pannen die boven elkaar op één pit konden staan. De stoom uit de onderste pan met water stroomde door een ingenieus pijpen systeem  naar de bovenste pannen. Zo werd alle eten tegelijk aan de kook gebracht. Soms probeerde mijn pleegmoeder de Colulumbus aan te bevelen bij mijn moeder.
‘Het is zo handig Caro,’ zei ze, ‘je houdt zoveel ruimte over.’
Mijn moeder lachte vriendelijk maar hield nadere kennismaking met de Columbus af.

Mijn pleegmoeder en mijn moeder waren twee totaal verschillende mensen. Bij de ene ging alles met artistieke nonchalance, bij de ander was alles gecalculeerd. Mijn moeder had een losse frivole  hand al beperkte ze zich  bij de keuze van haar  gerechten om mijn vader ter wille te zijn tot de Hollandse keuken..Wat mijn pleegmoeder maakte was veel conventioneler: sudderlapjes, andijvie, aardappelen in vette jus en eventueel een puddinkje.

Twee vrouwen, twee mentaliteiten. Mijn moeder  gewend aan het leven in een villa met een meisje voor dag en nacht, mijn pleegmoeder rondrijdend op haar fietsje om te collecteren voor goede doelen. De ontvangen kwartjes, dubbeltjes en centen hield ze  nauwgezet bij in een boekje.

In veel vrouwen herken ik mijn pleegmoeder. Ze is in Nederland een volstrekt gangbaar type.  Maar van mijn moeder was er maar één. Er was moeilijk een vinger te leggen op hoe ze was. Misschien hebben mijn opa en oma haar in een verstrooide bui gemaakt:
een handje van dit en een handje van dat , maar niemand die het recept nog kent.

Één reactie op “Taart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.