Middelmaat

Een van mijn opstellen op de middelbare school ging over een man die gevangen genomen was. Hij lag in een kerker onder een kasteel en bij vloed kwam het water door een getraliede opening zijn verblijfplaats binnen. Hij had een wambuis aan. Onder zijn kleding had hij een hartsvanger verborgen. Hij was in dat onderaardse hol geworpen door een ridder die hem met zijn heirscharen opgejaagd had als een vos in de vossenjacht. Nu zuchtte hij in zijn hol en wachtte op het wassende water en zijn gewisse dood.

Als ik dit oude opstel van een vijftienjarige overlees bekruipt me de schaamte. Wat was ik weinig origineel, wat deed ik een moeite om alle archaïsche woorden die ik kende in het verhaal te proppen: woorden als zwarte dood, valkenjacht, maliënkolder, herberg en monnikskap en noem maar op.
Mijn aaneenrijging van woorden was van a tot z cliché en zo was het ook met de spanning opgeroepen door het wassende water dat mijn held tot aan  de keel steeg, vervolgens de neusgaten inliep en uitmondde in – ik zei het hierboven al- een wisse dood.

De Nederlandse leraar had er een zeven voor gegeven. Ik zal teleurgesteld geweest zijn. Zevens waren beneden mijn waardigheid. Ik, die me een  poëet waande van het zuiverste water, een ziel die verheven was boven de stomme zoontjes van dokters en advocaten. Die jongens zaten  op het gymnasium  om een beetje snobistisch te doen over cultuur waarvan zij geen greintje in zich hadden. terwijl ze er niet eens erg in hadden dat onder hen een echte kunstenaarsziel leefde, zo fijnbesnaard en diep als er zelden op aarde rondgelopen had.
Veertig jaar later lees ik met schaamrood op de kaken dat opstel over. De zeven grijnst me nog steeds aan, omdat hij zo terecht was zo volkomen terecht. Oog in oog sta ik met het cijfer dat mij ook nu nog ten voeten uit tekent.

Middelmaat, pure middelmaat!

3 reacties op “Middelmaat

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.