Luikse terrine

Het was een eenvoudig eethuisje in de Ardennen: stenen vloer, vrolijk snorrende kachel in de hoek, geen gasten. De hele dag hadden we gewandeld onder een grijze regenlucht. Onze sokken waren klam. Ze hingen te drogen voor de kachel in ons weekendhuisje. Wij hadden ons omgekleed voor een feestmaal en we troffen het: de patron kwam bij ons zitten. In het frans, af en toe doorspekt met een vlaams woord boog hij zich naar ons over.

‘De Hollandais, alle respect voor ze, maar van  koken hebben ze geen verstand. Hier in de streek houden ze de oude kunst nog in ere.’
We knikten verheugd.
‘Ma fille hein,’ die heb ik koken geleerd. Hij bewoog zijn vinger naar zijn mond en zoende hem theatraal.
Het meisje, een beetje dikkig, een sloofje, was achter de toonbank bezig met de pannen. Af en toe wierp ze een steelse blik op haar vader, die ons de wijn van de streek adviseerde. Zijn rode gezicht straalde van trots als hij het over zijn dochter had. En wat we moesten eten, dat was duidelijk: Luikse terrine, een gerecht in een stoofpotje met veel groenten. Hij wou ons het geheim wel verklappen. Twintig teentjes knoflook waren het die deze stoofpot tot een culinair hoogtepunt maakten.

De warmte van de wijn verspreidde zich door onze ledematen. Het maakte ons welwillend. Het meisje kwam aan tafel en noteerde gelaten onze bestelling. Daarna was het wachten geblazen.Toen ze een half uur later terugkwam hadden wij een stortvloed van woorden te verduren gekregen waar we een beetje daas van waren. We vonden het heerlijk dat de patron zich even terugtrok opdat wij in stilte van het gerecht konden genieten.

Ik nam een hapje en wist het direct. Te zout, veel te zout…niet te vreten. Mijn vrouw trok een vies gezicht. In stilte aten wij kleine hapjes, maar onder het toeziend oog van de patron, die vanuit zijn hoekje welwillend naar ons monkelde konden we niet minder doen dat het hele potje leeg eten.Toen we klaar waren snelde hij direct naar ons toe. Hoe het gesmaakt had.
‘Voortreffelijk,’ zei ik in mijn beste Frans, ‘werkelijk exquis.’ Ik wierp een bewonderende blik in de richting waarin de dochter  inmiddels weer verdwenen was.
‘Bon fille, hein,’ lachte ik.

Hij heeft het recept voor ons opgeschreven. We hebben het een prominente plaats in ons plakboek gegeven. Luikse terrine. Geen aanrader.