Joechei

Met een huifkar trekken door de wereld.’s Ochtends joechei roepen; het paardje inspannen; door bergen en dalen rijden; de zon in het water zien schijnen;overnachten in de herberg met de zeven zigeuners.Kransen van bloemen vlechten voor je vrouw, je eeuwige metgezel. Overal en nergens thuis zijn. En ’s avonds bij een kampvuur viool spelen. Ja,.viool! Voor minder doe je het niet. Je kinderen opvoeden in de taal van de natuur. Jij zelf een baard en een doorleefd gezicht.

Met een huifkar trekken door de wereld. Overal en nergens thuis zijn. Je kinderen niet genoeg te eten kunnen geven. Ze hebben honger en je vrouw met haar bleke gezicht, die zielsveel van je houdt maakt zich zorgen omdat er straks- in de winter- geen plek zal zijn om warm te worden. Dat weet ze. Zo is het al zo vaak gegaan.  Hoelang zal deze magere uitgeteerde geliefde  haar kerel nog kunnen  volgen?
Overal achtervolgd worden door de jongens van de snackbars uit de valse dorpsgemeenschappen, die je dat plekje onder de zon niet gunnen. Aan die prachtige beek te merken dat het water vervuild is en dat de vissen dood zijn.
Je man is aan de drank, je vader en moeder zijn overleden en je familie vraagt zich af waarom je niet van hem afgaat. Hij heeft zijn laatste geld gestoken in een nieuwe viool.
’s Avonds lig je te rillen onder te dunne dekens. Je jongste krijgt een ernstige ziekte. Hij zwelt rood op. Kruiden helpen niet. Waar moet je heen?

Bij het ziekenhuis aangekomen word je afgebekt door een onaangename klerk.Je moet formulieren invullen. Je leeft  van de giften van bemoeizuchtige liefdadigheid en dan  het  stille wachten voor de operatiekamer.

Joechei! Joechei! Joechei!

2 reacties op “Joechei

  1. Wat een drama. Een heerlijke manier van afrekenen met een romantisch idee. Komt dat voort uit het bijgesloten kaartje van de vioolspeler op sofa?

  2. Vioolmuziek

    De kluiten modder spatten om je hoofd,
    Ik zie de tranen in je ogen.
    Ja, ik moet bekennen, ik heb gelogen:
    Ik had je een rozentuin beloofd.

    En wij vluchten weg van huis en haard,
    Wat rauwe wortels om te eten.
    De enige die onze vriend mag heten
    is ons warm en trouw en behoedzaam paard

    en de viool die naar de hemel reikt
    zijn melodie over onze harten strijkt

    Hoi, Jack, ik denk dat dit recent geschreven gedichtje van mij wel aansluit op je verhaal, groet, Merik

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.