Gemiste kans

Ik sta op jou te wachten bij de zij ingang van het rijksmuseum. Het is droog. Aan de overkant van het museumplein is – in een waas- het concertgebouw te zien. Mensen stappen uit de tram. Voor het loket staat een grote groep Chinese toeristen. Hun  gids telt ze en deelt ze allemaal een ticket uit. Kleine bleek gele mensen, de vrouwen in kleurige blouses, de mannen in pak, allemaal kwetterend.  Ik kijk op mijn horloge.Het is twee uur. Je bent zelden te laat.

In de verte zie ik je aankomen:  een onopvallende  vrouw van middelbare leeftijd. Je hebt een rode hoofddoek om.
‘Het is koud,’ zeg je, ik heb me moeten haasten. Heb jij al kaartjes?
‘Ik stond te dromen,’ zeg ik
Je zoekt in je portemonnee naar je museumjaarkaart.
‘Geef me jouw kaart ook maar,’ zeg je.

Volgens verwachting neem je het voortouw in praktische zaken. Straks zal ik onze jassen ophangen, kopen we een audiotour en dwalen we ieder in onze eigen cocon  langs de schilderijen. De stem uit mijn bandrecorder zegt me waar ik op moet letten bij schilderij no 400, Joseph in Dotan. Er wordt me verteld wat de kunstenaar bedoeld heeft en hoe arm hij was toen hij dit werk schilderde. Een ting in mijn oren waarschuwt me dat ik moet doorlopen naar het volgende meesterwerk.

Later in de koffiekamer kijk ik jou niet aan. Mijn blik dwaalt af naar de goedgeklede bezoekers. Eventueel wisselen we wat uit over wat jou en mij is opgevallen in de tentoonstelling. Jij kijkt naar de manier waarop het fluweel geschilderd is, ik herinner me de troebele blik van een zelfportret. We ervaren de dingen op eigen gelegenheid, ieder met zijn eigen gedachten.
Ergens onder de onverstoorbaarheid, onder het ijs van de dagelijkse omgang stroomt onze liefde, die zo nu en dan doorbreekt in jouw glimlach. Ik zie hem wel, maar  geschrokken kijk ik weg van je, bang om het moment te pakken.

Jammer, gemiste kans.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.