Blijven of gaan

Zondag over twee weken vieren Louise en Piet hun veertigjarig huwelijksfeest. Om vier uur vertrekt er een boot naar een eiland, waar we vervolgens niet meer afkunnen tot het feest afgelopen is. Wij, mijn vriendin en ik, zijn ook uitgenodigd. Mijn vriendin is helemaal niet voor dergelijke dingen. Met een groep optrekken en moeten converseren is het ergste dat haar kan overkomen. Haar meeste contactenzijn tête a tête. Als ze met iemand gaat eten zorgt ze altijd dat het niet langer dan drie uur duurt.

“Wat vind jij ervan,” vraagt ze mij.
“Tja, ik ken daar niemand”
“We kunnen zeggen dat we op vakantie zijn,” oppert ze.
“Het is jouw vriendin, “ zeg ik , alle verantwoordelijkheid afschuivend.
“Maar wat vind jij,” houdt ze aan.
“Ach, ik sla me er wel doorheen”
“Het is wel een oude vriendin,” zegt ze, “al is ze de laatste tijd wat afstandelijk”
“Hoe zo dat, ” vraag ik, dol op het menselijk leed dat achter deze opmerking verborgen ligt.
“Ach, laat maar,” zegt ze en wuift met haar hand een onaangename gedachte weg.
Voor mijn geestesoog verschijnen  de kleine Louïse en haar brave kale Piet, die iets in de gemeente heeft gedaan met computers.
“Het is maar tot negen uur,” zeg ik, “en god weet is dat eiland wel heel erg leuk”

We gaan het doen, het kan niet anders. Dat wisten we al voordat we aan dit gesprek begonnen, maar de gedachte aan al die oudere echtparen die elkaar niks te zeggen hebben hangt als een sluier over de horizon. Ik probeer die sluier weg te duwen. En dan… plotseling dringt het tot me door:
Het zijn niet al die anderen die me zwaar vallen, maar mijn eigen uitgeblustheid.
Ik ben degene die niks meer te zeggen heeft.
Blijven of gaan…er is geen keuze. Misschien is het tijd om te gaan.