Adel verplicht

Adel verplicht. Noblesse oblie. In gedachten zei ik dat altijd als ik mijn collega Bles tegenkwam  op de gang van het instituut waar we beiden werkten. Het was een rituele oprisping van mij, zo’n zinloze associatie die nergens op sloeg.

Bles was een dertiger met een snor. Hij had donkere melancholieke ogen die fonkelden achter zijn brillenglazen. Zijn gezicht was een beetje doorgerookt: een man voor een Gauloises. Hij zag er vaak uit alsof hij zo, zonder wassen, uit bed was gekomen. Het meest deed hij me denken aan een straatkeffertje. Hij kwam uit Nijmegen, waar zijn vader een antiekwinkel had gehad en hij had een gemelijke zachte g. Toen ik hem pas kende kwamen we nog wel bij elkaar op bezoek. Hij was gescheiden vlak nadat hij zijn doctoraal had gehaald. Hij gaf zijn vrouw een maandgeld maar om de belasting te ontgaan deed hij dat zwart. Vijf jaar later kwam de sociale dienst en eiste van hem dat hij met terugwerkende kracht alimentatie betaalde hoewel zijn vrouw officieel niets van hem geëist had. Ze hadden berekend dat hij vijftigduizend gulden moest betalen. Daarover voerde hij al jaren een proces, want zo was hij wel: Iemand die met ware doodsverachting de meest hopeloze uitdagingen aanging en dan zo slim opereerde dat hij zegevierend uit de strijd te voorschijn kwam. Want Bless was intelligent. Hij had een creatieve speelse geest en een enorme flux de bouche. Hij dacht altijd een andere kant op.

Hoe moeilijk het was om een debat van hem te winnen merkte ik toen ik hem een keer op mijn eigen terrein, de mathematische statistiek, betrapte op een fout. Het kostte me een hele middag om hem plat te krijgen. Voor elk argument dat ik doorprikte bracht hij twee nieuwe in het veld, die zo plausibel leken dat ik er pas na lang nadenken het onlogische van inzag.

In zijn afdeling zaten alleen maar vrouwen.Onze toenmalige baas zei: ‘Hij durft geen mannen om in zijn club te nemen want hij is bang voor conflicten.’
Ik geloofde dat niet. Ik keek huizenhoog tegen Bless op. Hij had een snelle bewegelijke geest. Ik was traag en behoudend.  We leidden allebei een kleine afdeling. We waren rivalen. Dat beviel me niet. Ik wou bevriend met hem zijn. Ik stelde me steeds voor hoe we samen de markt zouden kunnen veroveren. Ik met mijn ijver en doorzettingsvermogen, hij met zijn ideeën. Misschien dat ik dat wilde  omdat ik ontzag voor hem had, maar ik handelde ook uit angst, want hij knaagde altijd aan mijn kleine koninkrijk.

‘Ach Johannes,’ zei hij vaak  op de half moedeloze, half beschuldigende toon die hij had als we de organisatie van ons bedrijf bespraken, ’Die prognoses van jou, die hoeven toch helemaal niet in een aparte afdeling gedaan te worden. Laat de economen hun eigen prognoses maken en de demografen ook, dat zou voor dit bedrijf veel beter zijn.’

Hop, daar zat ik op de kast. Mijn domein waaraan ik al mijn zelfvertrouwen ontleende, werd met enkele nuchtere zinnen naar de prullenbak verwezen. Hij had gelijk Bless. Het kon ook anders georganiseerd worden. En, wanhopig bij die gedachten begon ik dan de  status quo te verdedigen. Jaren heb ik met hem en onze baas het bedrijf geleid. Dat wil zeggen, de baas had de touwtjes in handen en maakte er een janboel van. Wij keken toe.

Bless  is nooit mijn vriend geworden. Hij hield mij af. Hij minachtte mij, dat vermoedde ik wel, maar wat ik niet zag was zijn brandende eerzucht. Jaren later toen hij in een korte periode van bestuurlijke chaos tijdelijk de leiding van de afdeling kreeg en het er even naar uitzag dat hij een kans maakte om hoofd te worden kwam ik achter zijn meedogenloze kant.
Binnen de kortste keren had hij zich omringd met jongere mensen uit het bedrijf.. Onmiddellijk sloot hij mij uit van het management. Pas toen er een nieuwe baas werd benoemd viel hij terug in zijn oude rol van briljante een beetje gedesillusioneerde collega,

Noblesse oblige, het mocht wat. Bless was keihard. Voortaan ging ik hem uit de weg.

5 reacties op “Adel verplicht

  1. Wat een leuk, maar ook wel beetje triest relaas. Ook wel beetje herkenbaar. Iemand waar je tegen op kunt kijken en waar je bevriend mee wil zijn, maar die keer op keer decors afsnijdt of je kwetst…..

  2. Leuk portret, voor die man voor wie je hevige bewondering had maar die je dan frustreerde, herkenbaar, dank je Jack, Merik

    • I so appreciate the science you incorporate into your posts, Finn…wonderful information…thank you.I was going to mention the common name that we use for your Rosebay willowherb, but Montucky beat me to it…. I’m sure you’re aware of it as well, but the seed pods open later in the season and release a silky fluffy material that catches in the breeze and wind and carries the seeds everywhere…they also get stuck in one’s eyelashes, mustache, and beard when that someone is trying to photograph them up-close!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.