De aanbidder van het boek

De drukkerij lag in een steegje in de Amsterdamse binnenstad. Vanwege de inbraken ging de deur alleen van binnenuit open. Deze drukker die tevens uitgever was zou misschien een schappelijke prijs rekenen voor mijn verliesgevend project.
Binnen was het een rommeltje. Planken vloeren, slecht licht, alles sjofel.  De man die tegenover mij plaats nam was een veertiger met een  brutale wipneus en de zelfverzekerdheid van een Amsterdamse volksjongen. In de hoek van de kamer zat een Indische dame die op verzoek koffie zette.
Ik stak mijn verhaal af. Ik zocht een drukker die een boekje kon maken met een luxe uitstraling zodat een man het graag aan zijn vriendin zou geven, maar het mocht niet te duur zijn. Als voorbeeld van waar ik aan dacht haalde  ik het pas verschenen boek ‘De Drinker’ van Fallada te voorschijn. Het kostte een tientje maar het had een linnen omslag.
De man tegenover me begon te lachen.
“Luxe maar voor weinig geld, dat willen we allemaal wel. Aan zo’n boek ga ik niet beginnen. Dit  boek is verlijmd. Ze hebben een kartonnetje tegen een stapel papieren geplakt en daarover heen iets gespannen dat op linnen lijkt. Als de lijm opgedroogd is valt zo’n boek uit elkaar. Dat gaat nog geen tien jaar mee. En die voorkant daar zit ook geen linnen op. Het is allemaal nep. Dit is gewoon een pocket, die eruit ziet als een hardcover. Dichtbundels doen we ingenaaid. Ik zal het je laten zien.”
Hij kwam terug met een stapeltje boeken.
“Dit maken wij” Er konk trots in zijn stem.
 Hij sloeg een bladzijde open en liet mij de draden zien van het innaaien.
“Wat is er tegen een pocket,” vroeg ik.
“Niks, zei  hij, “maar ze moeten niet doen of het een echt boek is. Het is weggooi spul”
“Ik wil dat mensen het boekje graag oppakken,” zei ik, “als ze het maar lezen,” dacht ik er in stilte achteraan, “en of het over tien jaar uit elkaar valt kan me niet schelen.”
Hij keek me met een scheef glimlachje aan.
“Wat kost nou zo’n boekje van u in de winkel?” vroeg ik.
“Zeventien vijftig”
Zeventien vijftig, dat kon ik niet vragen voor een honderd jaar oude dichtbundel van een onbekende Fransman. Niemand zou de gedichten kopen, hoe mooi ze ook waren.
Beter een nep hardcover die het publiek voor een tientje mee kon nemen, dan een dure uitgave die op de schappen bleef liggen. De gedichten zouden dan tenminste gelezen worden en hopelijk nog in de hoofden van mijn publiek voortleven, lang nadat  het boek uit elkaar gevallen was.
Het boek is maar een omhulsel maar om een of andere reden hebben mensen er een fetisj van gemaakt. Voor deze uitgever was het omhulsel belangrijker dan de inhoud.
Voor mij is het omgekeerd. De inhoud is kostbaar, het omhulsel bijzaak.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.